Benieuwd hoe vaak je als vrouw het beste traint voor resultaat? Ontdek wanneer 2-3 full-body sessies of 3-5 dagen met een slimme split optimaal zijn, hoeveel sets per spiergroep je nodig hebt en hoe je met progressieve overload en 48-72 uur herstel sterker wordt. Je stemt je schema moeiteloos af op energie, slaap en je menstruatiecyclus, met praktische splits, micro-workouts en fouten die je makkelijk voorkomt.

Hoe vaak krachttraining per week voor vrouwen
Hoe vaak je zou moeten trainen hangt af van je doel, ervaring en herstel. Als beginner zit je met 2 tot 3 sessies per week meestal perfect, bij voorkeur full-body zodat je elke grote spiergroep meerdere keren prikkelt zonder te overbelasten. Heb je al wat ervaring, dan werkt 3 tot 5 keer per week goed, bijvoorbeeld met een upper/lower-indeling of een slimme full-body afwisseling. Belangrijker dan het aantal dagen is de totale trainingsprikkel: mik op ongeveer 10 tot 20 sets per spiergroep per week, verdeeld over je sessies. Een set is een blok herhalingen van één oefening, bijvoorbeeld 3 sets van 8 tot 12 herhalingen. Plan minstens 48 uur tussen zware prikkels voor dezelfde spiergroep en houd sessies compact (45 tot 75 minuten) met focus op basisoefeningen zoals squats, deadlifts, presses en rows.
Pas progressieve overload toe door wekelijks iets zwaarder te gaan, extra herhalingen toe te voegen of een set bij te zetten. Merk je dat energie, slaap of spierpijn achterblijven, verlaag dan tijdelijk de frequentie of het volume. Je menstruatiecyclus kan je gevoel bij training beïnvloeden; veel vrouwen voelen zich sterker in de eerste helft van de cyclus en kiezen vlak voor of tijdens de menstruatie voor iets lichter werk, maar laat je vooral leiden door hoe je je voelt. Kies een frequentie die je consistent volhoudt en bouw van daaruit rustig op.
Richtlijnen per niveau en doel
Ben je beginner, start dan met 2 tot 3 full-body sessies per week, focus op techniek en bouw rustig op naar zo’n 6 tot 10 sets per spiergroep per week. Gevorderd? Ga voor 3 tot 5 sessies met een split die bij je past (full-body, upper/lower of push-pull-legs) en mik op 10 tot 20 sets per spiergroep per week. Voor spieropbouw train je meestal 6 tot 12 herhalingen met 1 tot 2 herhalingen “in de tank” zodat je nog nét meer zou kunnen.
Voor kracht kies je lagere herhalingen en langere rust. Vetverlies vraagt niet per se meer dagen: houd 2 tot 4 sessies met voldoende krachtprikkel en combineer slim met lichte cardio. Stem je frequentie af op herstel, energie en slaappatroon.
Duur, intensiteit en sets/herhalingen
Houd je sessies meestal tussen 45 en 75 minuten, inclusief warming-up, zodat je genoeg werk verzet zonder onnodige vermoeidheid. Richt je intensiteit op 1 tot 3 herhalingen “in de tank” (RIR): je stopt dus nét voor falen, zodat je kwaliteit en herstel bewaakt. Voor spiergroei werken 6 tot 12 herhalingen per set het best, met 2 tot 4 werksets per oefening; voor kracht kies je vaker 3 tot 6 herhalingen met langere rust.
Isolatieoefeningen rust je 60 tot 90 seconden, samengestelde lifts 2 tot 3 minuten. Mik wekelijks op ongeveer 10 tot 20 sets per spiergroep, verdeeld over 2 tot 4 dagen. Kies gewichten waarmee je de geplande herhalingen technisch netjes haalt, en verhoog geleidelijk het gewicht, de herhalingen of het aantal sets als je merkt dat het makkelijker gaat.
[TIP] Tip: Begin met 2-3 krachttrainingen per week, laat rustdagen ertussen.

Factoren die jouw ideale frequentie bepalen
Hoe vaak je aan krachttraining doet, hangt niet alleen af van motivatie. Deze factoren bepalen welke trainingsfrequentie het beste past bij jouw lichaam en leven.
- Trainingsniveau, herstel en leeftijd: als beginner reageer je al goed op 2-3 sessies per week; als gevorderde heb je meestal 3-5 sessies nodig voor voldoende prikkel. Herstel wordt gestuurd door slaap, stress en voeding; bij weinig slaap of hoge werkdruk kies je tijdelijk voor een dag minder of lager volume/intensiteit. Andere belasting (cardio, veel stappen, fysiek werk, jonge kinderen) telt mee. Met toenemende leeftijd werkt iets meer rust tussen zware dagen en extra focus op techniek vaak beter.
- Doel: spieropbouw, vetverlies of fitheid: voor spieropbouw verdeel je je volume over 3-5 sessies en prikkel je elke spiergroep 2-4 keer per week. Bij vetverlies mag de frequentie gelijk blijven, maar verlaag je het volume 10-20% en houd je 1-2 herhalingen in reserve om herstel te waarborgen. Voor algemene fitheid volstaan 2-3 full-body sessies, aangevuld met dagelijks bewegen of lichte cardio.
- Menstruatiecyclus en hormonen: in de folliculaire fase (eerste helft) voelen zware sets vaak makkelijker; plan hier progressie of zwaardere compounds. In de luteale fase/PMS is het slim te focussen op techniek, iets lagere intensiteit of een extra rustdag. In peri- en postmenopauze helpt 48-72 uur herstel tussen zware prikkels en consequente eiwitinname.
Begin met de laagste frequentie die je consequent volhoudt en evalueer energie, herstel en progressie elke 4-6 weken. Pas frequentie, volume of intensiteit aan op jouw leven – niet andersom.
Trainingsniveau, herstel en leeftijd
Je trainingsniveau bepaalt hoeveel prikkel je nodig hebt én aankunt. Als beginner reageer je al goed op 2 tot 3 full-body sessies per week met focus op techniek, terwijl je als halfgevorderde vaak 3 tot 4 dagen aankunt met iets meer volume. Ben je gevorderd en herstel je goed, dan kun je 4 tot 5 keer per week trainen, maar alleen als je prestaties stabiel blijven. Herstel is de rem en de gaspedal tegelijk: slaap, stress en voeding bepalen of je beter meer of juist minder sets en dagen kiest.
Houd 48 tot 72 uur tussen zware prikkels voor dezelfde spiergroep en schakel terug als spierpijn, vermoeidheid of dalende kracht aanhouden. Leeftijd speelt mee: met de jaren heb je vaak iets meer hersteltijd nodig, profiteer je van langere warming-ups, kleinere gewichtssprongen en voldoende eiwitten, en kan een extra rustdag wonderen doen.
Doel: spieropbouw, vetverlies of fitheid
Je doel bepaalt vooral hoe vaak je traint en hoe je je weekvolume verdeelt. Voor spieropbouw werkt 3 tot 5 keer per week het best, met ongeveer 10 tot 20 sets per spiergroep per week, herhalingen rond 6 tot 12 en 1 tot 3 herhalingen in de tank zodat je zwaar genoeg traint maar goed herstelt. Voor vetverlies hoef je niet vaker te trainen: 2 tot 4 sessies is prima zolang je je kracht bewaakt; voeg liever extra stappen of korte cardio toe en let op je energie-inname.
Voor algemene fitheid mik je op 2 tot 3 full-body sessies met focus op techniek, mobiliteit en basisbewegingen. Kies een frequentie die je consistent volhoudt, eets voldoende eiwitten en slaap genoeg.
Menstruatiecyclus en hormonen
Je hormonen schommelen door de maand en dat kan je trainingsgevoel en herstel beïnvloeden. In de folliculaire fase (eerste helft, van menstruatie tot ovulatie) voel je je vaak wat sterker en herstel je sneller; plan hier gerust je zwaardere sets of progressie. In de luteale fase (tweede helft, na ovulatie) kun je meer vermoeidheid, hogere hartslag en kramp ervaren; verlaag dan het volume of houd 1 tot 3 herhalingen in de tank en focus op techniek.
Tijdens of vlak voor je menstruatie helpt het om de intensiteit iets te temperen, extra op warming-up, slaap, hydratatie en pijnmanagement te letten en zo nodig korter te trainen. Slik je hormonale anticonceptie, dan zijn schommelingen vaak vlakker. Track je cyclus en stem je frequentie wekelijks af op hoe je je voelt.
[TIP] Tip: Plan 2-4 krachtsessies, afgestemd op doel, herstel, cyclus en stress.

Voorbeeldschemas per frequentie
Onderstaande vergelijkingstabel laat zien hoe je je krachttrainingsweek kunt inrichten per frequentie, met voorbeelden, aanbevolen volume en hoe je progressie borgt.
| Frequentie & split | Opzet (voorbeeld week) | Sessieduur & weekvolume | Intensiteit & progressie |
|---|---|---|---|
| 2-3x per week – Full-body of A/B | Full-body ma/wo/vr of A/B: ma A, wo B, vr A (volgende week omdraaien). Focus op compound lifts (squat/hinge/duw/trek) + 1-2 accesoires. | 45-60 min per sessie. 8-12 sets per grote spiergroep per week (beginnend) tot ±14 bij gevorderd. | RPE 6-8 (1-3 RIR), 3-4×6-12 herh. Lineaire/dubbelprogressie: eerst reps omhoog, dan +2,5-5% gewicht. |
| 4-5x per week – Upper/Lower of PPL | Upper/Lower: ma upper, di lower, do upper, vr lower (+za opt.). Of PPL: push, pull, legs (herhaal of voeg upper/lower toe). | 45-75 min per sessie. 12-18 sets per spiergroep per week (gevorderden tot ±20 mits herstel goed). | RPE 7-9 (0-2 RIR), mix 5-15 herh. Dubbelprogressie, periodiseren, deload elke 4-8 weken indien vermoeidheid oploopt. |
| Weinig tijd – Micro-workouts & thuis | 10-20 min blokken, 4-6 dagen. Mini-circuits met dumbbells/band: squat-press, hip hinge + row, split squat + glute bridge. Stapel blokken door de week. | 1-3 korte blokken per dag of los. 6-10 sets per spiergroep/week (onderhoud) of 8-12 (opbouw). | RPE 8-9 in laatste set, rust 30-75 s. Progressie via extra herh./set, zwaardere band/gewicht, of meer blokken. |
Kern: stem de frequentie af op herstel en tijd; mik op voldoende wekelijkse sets per spiergroep en verhoog geleidelijk de belasting. Met slimme splits of micro-workouts kun je consistente progressie boeken, ook met een druk schema.
Train je twee keer per week, ga dan voor full-body op bijvoorbeeld maandag en donderdag: per sessie een kniebuigbeweging, heupscharnier, duw- en trekbeweging plus core, zodat je elke spiergroep twee keer raakt zonder te lang te trainen. Met drie sessies (maandag, woensdag, vrijdag) kun je full-body A/B/C draaien of A/B afwisselen; verdeel je weekvolume slim, bijvoorbeeld iets meer benen en billen op dag A en meer bovenlichaam op dag B. Vier keer per week leent zich goed voor een upper/lower-indeling, waarbij je maandag en donderdag bovenlichaam doet en dinsdag en vrijdag onderlichaam, met 48 uur herstel per spiergroep.
Vijf keer per week kan als je herstel sterk is: kies push-pull-legs en voeg twee focusdagen toe (bijvoorbeeld glutes of schouders) of kies een upper/lower/upper/lower + full-body mix. Houd per spiergroep wekelijks ongeveer 10 tot 20 sets aan, verdeeld over je dagen, en stop meestal 1 tot 2 herhalingen voor falen. Weinig tijd? Supersets en 25 tot 40 minuten micro-workouts tellen gewoon mee, zolang je techniek en intensiteit bewaakt.
2-3 keer per week: full-body of A/B
Met 2 tot 3 trainingsdagen haal je het meest uit full-body of een simpele A/B-split. Train je twee keer, kies dan twee full-body sessies met per keer een kniebuiger (zoals squat of lunge), een heupscharnier (deadlift of hip thrust), een duw-, trek- en corebeweging. Met drie dagen kun je full-body A/B afwisselen of A/B/C, waarbij je op de ene dag nét wat meer benen en billen legt en op de andere meer bovenlichaam.
Mik per sessie op 8 tot 12 werksets, zet per spiergroep wekelijks 10 tot 16 sets neer en houd 1 tot 2 herhalingen in de tank. Rust 60 tot 90 seconden bij isolatie en 2 tot 3 minuten bij compounds. Probeer elke week een herhaling of klein beetje gewicht toe te voegen.
4-5 keer per week: upper/lower of push-pull-legs
Train je vier keer, dan is een upper/lower-indeling ideaal: je verdeelt boven- en onderlichaam over de week en geeft elke spiergroep ongeveer 48 uur herstel. Met vijf sessies kun je een push-pull-legs-ritme draaien en daarna een extra upper- of lowerfocusdag toevoegen, of de volgorde roteren zodat je geen twee zware onderlichaamdagen achter elkaar hebt. Verdeel je weekvolume slim: mik per spiergroep op zo’n 12 tot 20 sets, verspreid over je dagen, en stop meestal 1 tot 3 herhalingen voor falen.
Houd sessies 45 tot 75 minuten, combineer zwaardere compoundsets met wat lichtere pomp- of technieksets, en let op vermoeidheid, slaap en honger. Wordt herstel krap, verlaag dan eerst het aantal sets voordat je dagen schrapt.
Weinig tijd? micro-workouts en thuisopties
Je hoeft geen uur in de gym te staan om resultaat te boeken: plan 2 tot 4 micro-workouts van 10 tot 25 minuten en stapel zo je weekvolume op. Kies per sessie 2 tot 3 grote bewegingen (bijvoorbeeld een kniebuiger, een heupscharnier en een duw of trek) en draai supersets of korte circuits om tijd te winnen. Met weerstandsbanden, verstelbare dumbbells of alleen lichaamsgewicht kom je ver; houd 1 tot 2 herhalingen in de tank zodat je kwaliteit bewaakt.
Verspreid sets over de dag als dat beter past, want drie blokjes van 15 minuten tellen net zo goed als één lange training. Progresseren doe je simpel: voeg herhalingen, gewicht of een extra set toe zodra het soepel gaat en log je sessies voor consistentie.
[TIP] Tip: Plan 2-3 full-body trainingen per week met rustdagen ertussen.

Veelgemaakte fouten en slimme aanpassingen
Veelgemaakte fouten in je trainingsfrequentie kosten resultaat en vergroten de kans op pijntjes. Met deze slimme aanpassingen houd je krachttraining haalbaar én effectief.
- Te vaak of te weinig trainen zonder herstel: plan 48-72 uur tussen zware prikkels voor dezelfde spiergroep, kies een frequentie die je duurzaam volhoudt en luister naar signalen als stagnerende prestaties of slechtere slaap. Slimme aanpassing: bij vermoeidheid verlaag je eerst het aantal sets of de zwaarte, niet meteen het aantal dagen.
- Onvoldoende progressieve overload en techniek: vermijd programma-hoppen, log je sets/herhalingen/gewichten en werk met 1-3 herhalingen in de tank (RIR) zodat je technisch strak blijft. Sla de warming-up niet over en start je sessie met grote basisbewegingen voordat je zwaarder of complexer gaat.
- Verkeerde verdeling van volume per spiergroep: verdeel je weekvolume slim over meerdere sessies in plaats van alles op één dag te proppen, en zet prioriteitsspieren vroeg in je training. Merk je teruglopende energie of slaap, snoei dan in het aantal sets voor die spiergroepen in plaats van hele trainingen te schrappen.
Met een doordachte frequentie, goede techniek en slim volume behoud je progressie zonder overbelasting. Klein, consequent beter gaan is wat telt.
Te vaak of te weinig trainen zonder herstel
Zonder goed herstel schiet je met zowel te vaak als te weinig trainen weinig op. Te vaak trainen stapelt vermoeidheid en spierpijn op, je slaap verslechtert, je motivatie zakt en je prestaties dalen; dat is een signaal dat je volume, intensiteit of aantal dagen te hoog ligt. Te weinig trainen geeft juist te weinig prikkel en daardoor weinig progressie, vooral als er steeds lange gaten tussen sessies zitten.
Richt je op 48 tot 72 uur tussen zware prikkels voor dezelfde spiergroep, werk meestal met 1 tot 3 herhalingen in de tank en mik op een frequentie die je week na week volhoudt. Houd je herstel simpel: slaap 7 tot 9 uur, eet voldoende eiwitten, wandel dagelijks en plan elke 6 tot 10 weken een lichte deload als je vermoeidheid oploopt. Zo houd je de balans tussen prikkel en herstel strak.
Onvoldoende progressieve overload en techniek
Zonder progressieve overload geef je je lichaam geen reden om sterker of gespierder te worden, maar zonder goede techniek is elke “winst” schijn en vergroot je de kans op pijntjes. Bouw je prikkel stap voor stap op door wekelijks één variabele te verhogen: een paar herhalingen extra, iets meer gewicht, een extra set, een tragere excentrische fase of een grotere bewegingsuitslag. Houd tegelijk je vorm strak: stabiele romp, volledige range of motion en gecontroleerde herhalingen.
Werk meestal met 1 tot 3 herhalingen in de tank (RIR: je stopt nét voor falen) zodat je zwaar genoeg traint zonder te smoren in vermoeidheid. Log je trainingen, herhaal je hoofdbewegingen lang genoeg om te meten, en verlaag het gewicht direct als je techniek inzakt. Zo boek je echte, duurzame progressie.
Verkeerde verdeling van volume per spiergroep
Een scheve verdeling van trainingsvolume remt je vooruitgang en vergroot de kans op pijntjes. Het gebeurt snel: je stapelt sets voor je favoriete spieren (glutes, quads, schouders) en laat hamstrings, bovenrug of kuiten achter. Richt je weekvolume per spiergroep op ongeveer 10 tot 20 sets, passend bij je doel en herstel, en verdeel dit over 2 tot 4 dagen in plaats van alles op één dag te proppen.
Audit je schema regelmatig: tel je werksets per spiergroep, zorg dat compounds en isolatie elkaar aanvullen en geef zwakkere schakels 2 tot 4 extra sets terwijl je dominante spieren iets terugschroeft. Houd 1 tot 3 herhalingen in de tank, plan 48 tot 72 uur tussen zware prikkels van dezelfde spier en wissel focusdagen om techniek en progressie strak te houden.
Veelgestelde vragen over hoe vaak krachttraining per week vrouwen
Wat is het belangrijkste om te weten over hoe vaak krachttraining per week vrouwen?
Voor de meeste vrouwen werkt 2-3 keer per week (full-body) uitstekend; gevorderden trainen 3-5 keer met gespreid volume. Stem frequentie af op herstel, doel (spieropbouw, vetverlies, fitheid), menstruatiecyclus, intensiteit, en totale sets/herhalingen.
Hoe begin je het beste met hoe vaak krachttraining per week vrouwen?
Begin met 2-3 full-body sessies van 45-60 minuten: focus op compounds (squat, hinge, duw/trek), 2-3 sets van 6-12 herhalingen op RPE 6-8. Plan rustdagen, log progressie, verhoog geleidelijk volume of belasting.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij hoe vaak krachttraining per week vrouwen?
Veelgemaakte fouten: te vaak of te weinig trainen zonder herstel, onvoldoende progressieve overload, slechte techniek, scheve volumeverdeling per spiergroep, negeren van voeding en slaap, en geen rekening houden met cyclus/hormonen. Plan deloads en structurele rust.